Kloosterbibliotheken
De kloosters ten tijde van de karolingers deden dienst als centra voor handschriftenproductie en voor de bestudering van klassieke en christelijke teksten. Daarmee waren de kloosters niet alleen centra voor gebed en eredienst en maar ook voor studie. Bibliotheken verzamelden christelijke boeken èn werken van klassieke auteurs. Onder invloed van de karolingische renaissance werden vanaf de negende eeuw veel nieuwe handschriften gemaakt van klassieke teksten. Dit gebeurde door de monnikken in de kloosters: zij kopieerden geduldig en nauwkeurig de teksten van andere handschriften. Vandaar het spreekwoord ‘monnikkenwerk’. Boeken waren immers niet te koop. Hierdoor zijn vele klassieke teksten bewaard gebleven. Daarnaast vervulden de kloosters en kloosterbibliotheken ook de rol van school. Dit onderwijs was gebaseerd op de zeven vrij kunsten en begon met het leren van Latijn. Het Latijn was de taal van kerk, bestuur en de geletterde wereld. Enkele beroemde kloosterbibliotheken waren de bibliotheek van Saint-Benoît-sur-Loire te Fleury en de bibliotheek van het klooster in Fulda.