Tresoar
Allard Pierson Museum
UvAweb

Boekdrukkunst

Rond 1450 vond Johann Gutenberg te Mainz de boekdrukkunst uit. Hierdoor hoefde niet elk boek meer met de hand overgeschreven te worden: men kon meerdere identieke exemplaren drukken. Het principe bestaat uit twee vindingen: het kunnen maken van gietvormen voor het gieten van losse loden letterstaafjes en het ontwikkelen van een drukpers. Met losse letters werden zinnen gevormd en de pagina gevuld. De letters konden daarna weer opnieuw gebruikt worden. Men drukte met de drukpers. Een vel papier werd tussen twee vlakken geperst met de letters met inkt tegen de onderkant van het vel. Het resultaat was een afgedrukte pagina volgens hoogdruk techniek. Boeken werden goedkoper en voor meer mensen bereikbaar. Een eigen bibliotheek was voor de meeste mensen niet weggelegd: in de steden werden bibliotheken opgericht waar men de teksten kon raadplegen, zoals de Amsterdamse Stedelijke Bibliotheek. Meer mensen van verschillende klassen leerden lezen en er kwam een markt voor goedkopere uitgaven. Nederlandse schrijvers maakten furore met het vertalen en bewerken van klassiekers. De (klassieke) literatuur werd toegankelijk voor een groot publiek.
 

Afbeeldingen bij dit lemma

Afbeeldingen uit deze periode