Liniëring
De lijnen waartussen geschreven werd (liniëring) was een hulpmiddel om de
lay-out van het boek consequent tot aan het einde van het schrijfproces vol te houden. Het liniëren kon op verschillende manieren. Zo werden gaatjes geprikt aan de randen van de
perkamentbladen ter wijdte van de lijnen. Vervolgens werden de lijnen getrokken met een liniaal en een afgeronde puntige stift. Er ontstaat een reliëf van lijnen in het
perkament. Bij sommige
handschriften zijn de gaatjes (prickings) niet afgesneden en kan men de gaatjes nog zien. Volgens een andere liniëringsmethode werden touwtjes in het patroon van de liniëring gespannen op een dun plankje. Het plankje werd onder het
perkamentblad gelegd en door te wrijven op het
perkamentblad kwamen de lijnen in reliëf op het
perkament. Bij een derde methode werd een lat voorzien van kleine spijkertjes. Deze spijkertjes werden met hun punten in het blad
perkament gedrukt en vervolgens werd er met een stift gelinieerd. Ook werd liniering getekend met een loodstift. Vanaf de dertiende eeuw wordt er ook met gekleurde
inkt gelinieerd.