Tresoar
Allard Pierson Museum
UvAweb

Vertaalstrijd

In 1814 werd een wedstrijd uitgeschreven om de vraag te beantwoorden of het nuttig was de geschriften van de Grieken en Romeinen te vertalen. De winnaar, Nicolaas van Kampen, vond wel dat vertalingen van al het moois uit de oudheid een gunstige invloed op de eigen literatuur zouden hebben. Bovendien zouden mensen die geen kennis van Grieks en Latijn hebben, met vertalingen in contact kunnen komen met de teksten uit de klassieke oudheid. Van Kampen wees ook op de gevaren: er was ook veel laakbaars geschreven. Men kon dat ofwel niet vertalen of met enige aanpassingen: het meervoud goden kon hier en daar in het enkelvoud worden gezet en bij homo-erotische poëzie kon men het geslacht van een van de partijen veranderen. Daarnaast ontbrandde de strijd over de manier van vertalen: moest men de klassieke auteurs in een soort Nedergrieks en -latijn vertalen met, in geval van poëzie, een metrum dat niet geschikt was voor het Nederlands en met nieuw gemaakte woorden (vertalers zoals C. Vosmaer en P.C. Boutens), of moest men in eigentijds Nederlands vertalen waarbij men ook de tekst nog kon aanpassen aan de eigentijdse situatie (vertalers zoals W. Bilderdijk)?

Afbeeldingen bij dit lemma

Afbeeldingen uit deze periode