Scriptorium
Werkplaats, schrijfatelier. Een speciaal ingerichte ruimte om op rationele en effectieve wijze
boeken in handschrift te vervaardigen. Met schrijven wordt bedoeld kopiëren, dat ook afschrijven wordt genoemd. Meestal was een scriptorium een aparte ruimte in een
klooster. Na het jaar 1200, als ook de vraag naar boeken groter wordt, komen in de steden commerciële scriptoria die niet verbonden waren aan een klooster. Het schrijfatelier was ingericht met schrijftafels, die onder een vrij steile hoek waren afgesteld (lessenaars). Naast het schrijfvlak van de lessenaar waren gaten geboord waarin koeienhoorns konden worden geplaatst. Deze hoorns dienden als
inktpot. Ook waren er naast het schrijfvlak kleinere gaten gemaakt voor de
pennen. De monniken (soms ook nonnen) konden hoofdzakelijk overdag werken. De arbeidomstandigheden waren slecht: door de kleine ramen kwam weinig licht, de banken waarop de schrijvers zaten waren eenvoudig en hard, en het schrijven gaf aanleiding tot schrijfkramp en pijnlijke ruggen. In het scriptorium werden ook de versierde beginleters (initalen) en de versieringen en miniaturen geschilderd door de
rubricator en
miniaturist. Soms werden deze twee laatste specialismen ook wel uitgevoerd in aparte ateliers.